De klant is koning!

November 2018

Gedreven door ijdelheid en dadendrang tennis ik nog in de ‘normale’ competitie. Vanwege mijn leeftijd zou ik beter passen in de 35+ of zelfs in de 50+ competitie, maar ik verbeeld me kennelijk genoeg om het zwetend en zwoegend op te nemen tegen de jonge jongens. Dit  met wisselend succes. Soms helpt het om  in een schier kansloze partij tegen een 28-jarige ‘hardhitter’ mijn leeftijd (58) te noemen. Vanuit het ontzag wat mij dan ten deel valt – of is het mededogen – sprokkel ik dan nog wat games bij elkaar.

Laatst waren de rollen omgedraaid. Tegenover mij stond een tanige, maar toch duidelijk oudere man. Luidkeels riep hij zijn leeftijd over het net:

 “Negenenzestig, ben ik, NEGENENZESTIG. En hoe oud ben jij?”.  Zonder mijn antwoord af te wachten ging hij verder. “Maar ik kan nog goed mee op dit niveau. In mijn eigen leeftijdscategorie speel ik ook nog landelijk. Op de nationale lijst hoor ik bij de top 17”. 

“Tsjonge”, zei ik “Top 17 en op welke plek staat u?”

Mijn spot ontging hem niet en in een ietwat grimmige sfeer begonnen we aan de wedstrijd. Het ging gelijk op, maar met enig fortuin won ik de eerste set.  Daarna leek het snel met hem gedaan: binnen geen tijd stond ik in de tweede set met 3-0 voor.  Hij mopperde en ik genoot. Tijdens de kantwissel tussen de oneven games ging hij nu ook wat langer zitten.  Al vloekend op zichzelf haalde hij een tube Zechsallsport uit zijn tennistas en begon zijn kuiten  en armen in te smeren.

 “Wonderspul”, zei hij tegen mij en hield de tube omhoog, “Ken je het, Zechsal?“ Voor ik kon antwoorden was hij al  op weg naar zijn speelhelft.

Was het de ontroering die mij nog altijd overvalt als iemand enthousiast is over onze producten of was het briljant spel van de tegenstander,  hoe het ook zij: de oude man won 6 games op rij. Er moest een derde set worden gespeeld .

Ik hervond mijzelf en we gingen nu gelijk op.  Bij 3-2 voor mij zaten we wederom uit te hijgen op het bankje. Nu was het mijn beurt op de tube Zechsallsport uit de tas te halen en mijn pijnlijke ellenboog in te smeren. “Aha”, zei hij je kent het dus. Op dat moment had ik gewacht en ik keek hem grijnzend aan, klaar voor de mentale dreun.

Zeker”, zei ik: “Ik ken het maar al te goed, ik ben namelijk de fabrikant van het spul “. Dat zou hem wel uit het veld slaan, dacht ik.   “Wat zeg je nou”, zei hij, plots amicaal enthousiast: “ Jij bent de maker van dit spul , maar dat is geweldig. Ik gebruik alles, de deo, de shampoo en mij vrouw ook en regelmatig in een voetenbadje. Werkelijk voortreffelijk!!”  Wederom werd ik week en verloor de volgende vier games en de wedstrijd. De klant is koning dacht ik toen ik hem feliciteerde met zijn overwinning.